Geografie & Landschap B1

1. aan de overkant van de rivier

Betekenis: aan de andere kant van een rivier
Voorbeeld: Het dorp ligt aan de overkant van de rivier.


2. ten noorden van

Betekenis: in noordelijke richting ten opzichte van iets
Voorbeeld: Denemarken ligt ten noorden van Duitsland.


3. ten oosten van

Betekenis: in oostelijke richting ten opzichte van iets
Voorbeeld: Polen ligt ten oosten van Duitsland.


4. de zeestraat

Betekenis: smalle waterweg tussen twee zeeën of landgebieden
Voorbeeld: De zeestraat is belangrijk voor internationale scheepvaart.


5. het schiereiland

Betekenis: stuk land dat bijna helemaal door water is omringd
Voorbeeld: Italië ligt op een schiereiland.


6. de eilandengroep

Betekenis: verzameling van eilanden bij elkaar
Voorbeeld: De Filipijnen vormen een eilandengroep.


7. aan de grens met

Betekenis: gelegen bij de grens van een land
Voorbeeld: Maastricht ligt aan de grens met België.


8. omringd door

Betekenis: helemaal rondom iets gelegen
Voorbeeld: Nederland is deels omringd door de zee.


9. de vulkaan

Betekenis: berg waar lava, as en gas uit kan komen
Voorbeeld: De vulkaan is actief en kan elk moment uitbarsten.


10. de bergketen

Betekenis: lange rij verbonden bergen
Voorbeeld: De Himalaya is een hoge bergketen.


11. de oceaan

Betekenis: zeer grote zoutwatermassa tussen continenten
Voorbeeld: De Atlantische Oceaan scheidt Europa en Amerika.


12. de kaap

Betekenis: landpunt dat in zee uitsteekt
Voorbeeld: De kaap is gevaarlijk voor schepen.


13. de baai

Betekenis: inham van de zee in het land
Voorbeeld: De baai is ideaal voor boten om te schuilen.


14. de vallei

Betekenis: laag gebied tussen bergen
Voorbeeld: In de vallei liggen veel kleine dorpjes.


15. het gebergte

Betekenis: groot gebied met meerdere bergketens
Voorbeeld: Het Andesgebergte ligt in Zuid-Amerika.


16. de waterval

Betekenis: plek waar water van hoogte naar beneden valt
Voorbeeld: De waterval trekt veel toeristen.


17. de oever van de rivier

Betekenis: rand van een rivier
Voorbeeld: We zaten rustig op de oever van de rivier.


18. het poolgebied

Betekenis: gebied rond de Noordpool of Zuidpool
Voorbeeld: In het poolgebied leven ijsberen.


19. de evenaar

Betekenis: denkbeeldige lijn rond het midden van de aarde
Voorbeeld: Landen rond de evenaar hebben een tropisch klimaat.


20. de kustlijn

Betekenis: grens tussen land en zee
Voorbeeld: De kustlijn van Spanje is erg lang.


21. zeeniveau

Betekenis: hoogte van het zeeoppervlak als meetpunt
Voorbeeld: Amsterdam ligt ongeveer op zeeniveau.


22. bergopwaarts lopen

Betekenis: omhoog lopen op een helling of berg
Voorbeeld: Het was zwaar om bergopwaarts te lopen.


23. de woestijn

Betekenis: droog gebied met weinig regen en planten
Voorbeeld: De Sahara is de grootste woestijn ter wereld.


24. de zee

Betekenis: groot zout watergebied, kleiner dan een oceaan
Voorbeeld: De Noordzee ligt naast Nederland.

Oefening I

Gebruik de volgende woorden. Elk woord mag maar één keer gebruikt worden.

de baai – de vallei – het schiereiland – de eilandengroep – de oceaan – de vulkaan – het gebergte – de waterval – de oever van de rivier – het poolgebied – de evenaar – de kustlijn – het zeeniveau – ten noorden van – omringd door

Tijdens mijn wereldreis bezocht ik verschillende bijzondere plaatsen. Eerst vloog ik naar Groenland, dat grotendeels in het (1) __________ ligt. Daarna reisde ik naar Ecuador, een land dat zijn naam dankt aan de (2) __________ die door het land loopt.

Vervolgens ging ik naar Noorwegen. Daar maakte ik een wandeling langs de indrukwekkende (3) __________, waar de zee diep het land binnendringt. In een nationaal park ontdekte ik een prachtige (4) __________ die van grote hoogte naar beneden stortte.

Mijn volgende bestemming was Japan, een grote (5) __________ in Oost-Azië. Van daaruit vloog ik naar IJsland. Dat eiland staat bekend om zijn actieve (6) __________, die soms nog uitbarsten.

Later bezocht ik Nepal. Vanuit een dorp aan de voet van het Himalaya-(7) __________ begon ik aan een meerdaagse trektocht. De route liep door een groene (8) __________ tussen hoge bergtoppen.

Daarna reisde ik naar India, een groot (9) __________ dat ver uitsteekt in de Indische Oceaan. Tijdens mijn verblijf bezocht ik een kuststad die direct aan de (10) __________ lag.

In Australië ontdekte ik dat het land volledig (11) __________ water is. Aan de oostkust bewonderde ik een mooie (12) __________ waar veel zeilboten lagen aangemeerd.

Vervolgens bracht ik enkele dagen door aan (13) __________ van de Rijn. Vanaf daar had ik een prachtig uitzicht op de voorbijvarende schepen.

Mijn laatste reis bracht me naar Denemarken, dat (14) __________ Duitsland ligt. Sommige delen van het land liggen slechts enkele meters boven het (15) __________.

Antwoorden

  1. het poolgebied
  2. de evenaar
  3. de kustlijn
  4. de waterval
  5. de eilandengroep
  6. de vulkaan
  7. het gebergte
  8. de vallei
  9. het schiereiland
  10. de oceaan
  11. omringd door
  12. de baai
  13. de oever van de rivier
  14. ten noorden van
  15. het zeeniveau

Oefening II

Kies het juiste woord om de zin aan te vullen.

1.

Canada ligt grotendeels in het __________.

a) schiereiland
b) poolgebied
c) vallei

2.

De Nijl stroomt door Egypte en mondt uit in de Middellandse Zee __________ Caïro.

a) ten noorden van
b) ten oosten van
c) aan de overkant van de rivier

3.

Afrika wordt in het midden doorkruist door de __________.

a) kustlijn
b) evenaar
c) oceaan

4.

Japan is een __________ van duizenden eilanden.

a) eilandengroep
b) bergketen
c) vallei

5.

Veel mensen wonen langs de __________ omdat daar havens liggen.

a) kustlijn
b) woestijn
c) vulkaan

6.

De Colorado-rivier heeft een diepe __________ gevormd.

a) baai
b) vallei
c) oceaan

7.

Op Madeira kun je urenlang __________ tijdens wandelingen in de bergen.

a) aan de overkant van de rivier lopen
b) bergopwaarts lopen
c) aan zeeniveau lopen

8.

Portugal ligt __________ Spanje.

a) ten oosten van
b) ten noorden van
c) aan de grens met

9.

De Rode Zee en de Perzische Golf zijn verbonden via __________ Hormuz.

a) de vulkaan
b) de zeestraat
c) de baai

10.

IJsland staat bekend om __________ die soms uitbarst.

a) de kustlijn
b) de vulkaan
c) de oever

11.

India is een groot __________ in Zuid-Azië.

a) schiereiland
b) eilandengroep
c) vallei

12.

De Amazone wordt aan beide kanten begrensd door __________.

a) de oever van de rivier
b) de bergketen
c) de kaap

13.

De Alpen vormen een indrukwekkende __________ in Europa.

a) oceaan
b) bergketen
c) zeestraat

14.

De stad ligt __________ en is daarom gevoelig voor overstromingen.

a) op zeeniveau
b) in de woestijn
c) op de evenaar

15.

Australië wordt volledig __________ water.

a) omringd door
b) ten noorden van
c) aan de grens met

16.

De Kaap de Goede Hoop is een beroemde __________ in Zuid-Afrika.

a) baai
b) kaap
c) vallei

17.

De Sahara is de grootste hete __________ ter wereld.

a) oceaan
b) woestijn
c) eilandengroep

18.

Chili ligt __________ Argentinië.

a) ten oosten van
b) aan de grens met
c) aan de overkant van de rivier

19.

De Niagara Falls is een wereldberoemde __________.

a) waterval
b) vallei
c) baai

20.

De Stille __________ is de grootste ter wereld.

a) kustlijn
b) oceaan
c) zeestraat

21.

Aan de westkust van Turkije ligt een prachtige __________ waar veel boten aanmeren.

a) baai
b) vulkaan
c) evenaar

22.

De Himalaya is het hoogste __________ ter wereld.

a) gebergte
b) schiereiland
c) zeeniveau

23.

De stad ligt __________ van de rivier; je moet een brug oversteken om er te komen.

a) ten oosten van
b) aan de overkant van de rivier
c) aan de grens met Duitsland

24.

Polen ligt __________ Nederland.

a) ten oosten van
b) ten noorden van
c) omringd door

25.

Nederland heeft een lange __________ langs de Noordzee.

a) bergketen
b) kustlijn
c) vallei

26.

Duitsland ligt __________ Nederland.

a) aan de grens met Duitsland
b) ten noorden van
c) ten oosten van

27.

De Middellandse Zee ligt tussen Europa, Azië en Afrika en is via verschillende __________ verbonden met andere zeeën.

a) woestijnen
b) zeestraten
c) vulkanen

28.

Veel dorpen in Zwitserland liggen diep in een __________ tussen hoge bergen.

a) vallei
b) oceaan
c) kaap

29.

De hoogste toppen van het Andesgebergte maken deel uit van een enorme __________.

a) eilandengroep
b) bergketen
c) baai

30.

Groenland ligt grotendeels binnen het __________.

a) zeeniveau
b) poolgebied
c) schiereiland

Antwoorden

  1. b) poolgebied
  2. a) ten noorden van
  3. b) evenaar
  4. a) eilandengroep
  5. a) kustlijn
  6. b) vallei
  7. b) bergopwaarts lopen
  8. c) aan de grens met
  9. b) de zeestraat
  10. b) de vulkaan
  11. a) schiereiland
  12. a) de oever van de rivier
  13. b) bergketen
  14. a) op zeeniveau
  15. a) omringd door
  16. b) kaap
  17. b) woestijn
  18. b) aan de grens met
  19. a) waterval
  20. b) oceaan
  21. a) baai
  22. a) gebergte
  23. b) aan de overkant van de rivier
  24. a) ten oosten van
  25. b) kustlijn
  26. c) ten oosten van
  27. b) zeestraten
  28. a) vallei
  29. b) bergketen
  30. b) poolgebied

PDF met woordenschatwoorden
PDF met oefeningen