1. het komt erop neer dat…
= uiteindelijk betekent het dat…
= de conclusie is dat…
Je gebruikt deze uitdrukking om de belangrijkste conclusie of de kern van een situatie samen te vatten.
Voorbeelden
- Het komt erop neer dat we meer belasting moeten betalen.
- Na een lange discussie kwam het erop neer dat niemand verantwoordelijk was.
- Uiteindelijk komt het erop neer dat je zelf een keuze moet maken.
2. in hoeverre…
= tot welke mate?
= hoeveel?
= in welke mate?
Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je wilt weten hoeveel invloed of effect iets heeft.
Voorbeelden
- In hoeverre ben je het eens met deze stelling?
- Het onderzoek laat zien in hoeverre stress invloed heeft op de gezondheid.
- Het is nog onduidelijk in hoeverre de nieuwe regels zullen helpen.
3. het heeft te maken met…
= het hangt samen met…
= het wordt veroorzaakt door…
= er is een verband met…
Je gebruikt deze uitdrukking om een oorzaak of verband aan te geven.
Voorbeelden
- Zijn vermoeidheid heeft te maken met een tekort aan slaap.
- De prijsstijging heeft te maken met de inflatie.
- Het probleem heeft te maken met een technische storing.
4. er is sprake van…
= er bestaat…
= er doet zich … voor
= iets is aanwezig
Deze uitdrukking klinkt formeel en wordt vaak gebruikt in nieuwsberichten, rapporten en officiële teksten.
Voorbeelden
- Er is sprake van een ernstige ziekte.
- Volgens de politie is er sprake van oplichting.
- Er is sprake van een duidelijke verbetering.
Oefening – Kies de juiste vaste structuur:
- het komt erop neer dat
- in hoeverre
- het heeft te maken met
- er is sprake van
1.
De onderzoekers willen weten __________ klimaatverandering invloed heeft op de landbouw.
2.
Na uren onderhandelen __________ beide partijen bereid zijn een compromis te sluiten.
3.
Volgens de arts __________ een virusinfectie, waardoor je enkele dagen thuis moet blijven.
4.
Veel mensen denken dat hun vermoeidheid __________ een tekort aan slaap.
5.
Het is nog niet duidelijk __________ de nieuwe wet werkelijk effect zal hebben.
6.
De politie vermoedt dat __________ fraude bij de aanbesteding.
7.
Als je alle kosten optelt, __________ dat het project veel duurder wordt dan verwacht.
8.
De docent vroeg __________ de studenten de theorie hadden begrepen.
9.
De vertraging van de trein __________ een technisch defect.
10.
De rechter onderzoekt of __________ discriminatie op de werkvloer.
11.
Na alle discussies __________ dat we een gezamenlijke oplossing moeten vinden.
12.
Het rapport laat zien __________ de economische situatie de afgelopen jaren is verbeterd.
13.
Zijn slechte concentratie __________ de stress die hij op zijn werk ervaart.
14.
De inspectie heeft vastgesteld dat __________ meerdere veiligheidsovertredingen.
15.
De journalist onderzocht __________ de cijfers van de minister wel klopten.
16.
Na de presentatie __________ iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen.
17.
De hoofdpijn __________ waarschijnlijk een gebrek aan vocht.
18.
Het is moeilijk te zeggen __________ kunstmatige intelligentie de arbeidsmarkt zal veranderen.
19.
Volgens de eerste resultaten __________ een duidelijke daling van het aantal verkeersongelukken.
