| Uitdrukking | Betekenis | Voorbeeld |
|---|
| inspelen op | reageren op een behoefte of ontwikkeling | Bedrijven spelen in op de vraag naar duurzame producten. |
| hand in hand gaan met | nauw samenhangen met | Economische groei gaat vaak hand in hand met meer energieverbruik. |
| aanzetten tot | iemand stimuleren om iets te doen | Geweld in films zet jongeren niet automatisch aan tot agressief gedrag. |
| leiden tot | als gevolg hebben | Langdurige stress kan leiden tot gezondheidsproblemen. |
| bijdragen aan | een positieve invloed hebben op | Vrijwilligerswerk draagt bij aan een sterke samenleving. |
| ten koste gaan van | een negatief effect hebben op | Meer verkeer gaat vaak ten koste van de luchtkwaliteit. |
| verantwoordelijk zijn voor | de oorzaak zijn van | De overheid is verantwoordelijk voor de openbare veiligheid. |
| gepaard gaan met | samen voorkomen met | Een verhuizing gaat vaak gepaard met veel stress. |
| rekening houden met | ergens aandacht voor hebben | We moeten rekening houden met de belangen van anderen. |
| uitgaan van | aannemen als uitgangspunt | Het onderzoek gaat uit van recente cijfers. |
| afhangen van | bepaald worden door | Het succes hangt af van een goede voorbereiding. |
| voortkomen uit | ontstaan door | Het conflict kwam voort uit een misverstand. |
| gebaseerd zijn op | steunen op | De conclusie is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. |
| in verband staan met | een relatie hebben met | Obesitas staat vaak in verband met een ongezonde leefstijl. |
| de nadruk leggen op | extra aandacht besteden aan | De docent legt de nadruk op spreekvaardigheid. |
| een beroep doen op | om hulp of steun vragen | Tijdens de crisis deed de regering een beroep op de bevolking. |
| ter discussie staan | niet zeker of algemeen aanvaard zijn | De betrouwbaarheid van de resultaten staat ter discussie. |
| in aanmerking komen voor | geschikt zijn om iets te krijgen | Alleen studenten komen in aanmerking voor deze beurs. |
| blijk geven van | laten zien dat je iets bezit | Zij gaf blijk van veel doorzettingsvermogen. |
| zich bewust zijn van | weten dat iets bestaat of belangrijk is | Veel mensen zijn zich niet bewust van de risico’s. |
Oefening – Multiple choice
Kies de juiste uitdrukking.
1.
Veel bedrijven proberen __________ de groeiende vraag naar duurzame producten.
A. hand in hand te gaan met
B. in te spelen op
C. voort te komen uit
2.
Regelmatig sporten kan __________ een betere gezondheid.
A. leiden tot
B. uitgaan van
C. ter discussie staan
3.
Werkdruk en stress __________ elkaar.
A. doen een beroep op
B. gaan hand in hand met
C. komen in aanmerking voor
4.
De overheid wil jongeren __________ een gezondere levensstijl.
A. aanzetten tot
B. bijdragen aan
C. uitgaan van
5.
Een goede nachtrust __________ betere concentratie.
A. staat in verband met
B. gaat ten koste van
C. komt in aanmerking voor
6.
Door de droogte ging een groot deel van de oogst __________ de kwaliteit.
A. uit van
B. ten koste van
C. ter discussie
7.
De gemeente wil __________ de mening van de inwoners.
A. een beroep doen op
B. bijdragen aan
C. uitgaan van
8.
De uiteindelijke keuze zal __________ de beschikbare financiële middelen.
A. afhangen van
B. blijk geven van
C. aanzetten tot
9.
De conclusies zijn __________ gegevens uit een internationaal onderzoek.
A. gepaard gegaan met
B. gebaseerd op
C. voortgekomen uit
10.
Zijn succes is vooral __________ jarenlange ervaring.
A. voortgekomen uit
B. in aanmerking gekomen voor
C. hand in hand gegaan met
11.
De minister __________ veiligheid tijdens de persconferentie.
A. legde de nadruk op
B. ging ten koste van
C. gaf blijk van
12.
Steeds meer jongeren __________ de gevolgen van klimaatverandering.
A. zijn zich bewust van
B. gaan uit van
C. komen voort uit
13.
De betrouwbaarheid van de resultaten __________ na de ontdekking van een rekenfout.
A. staat ter discussie
B. leidt tot
C. draagt bij aan
14.
Niet iedereen __________ financiële steun van de overheid.
A. gaat hand in hand met
B. komt in aanmerking voor
C. doet een beroep op
15.
Tijdens de crisis __________ veel vrijwilligers __________ de voedselbank.
A. gingen … hand in hand met
B. deden … een beroep op
C. droegen … bij aan
16.
Luchtvervuiling __________ verschillende gezondheidsproblemen.
A. leidt tot
B. komt in aanmerking voor
C. geeft blijk van
17.
De arts vroeg de patiënt __________ zijn leefstijl.
A. een beroep te doen op
B. rekening te houden met
C. ter discussie te staan
18.
De economische crisis __________ een stijging van de werkloosheid.
A. ging gepaard met
B. kwam in aanmerking voor
C. gaf blijk van
19.
Volgens de onderzoekers __________ obesitas vaak __________ een ongezond voedingspatroon.
A. gaat … uit van
B. staat … in verband met
C. draagt … bij aan
20.
Met haar rustige optreden __________ veel professionaliteit.
A. gaf ze blijk van
B. ging ze hand in hand met
C. speelde ze in op
Antwoorden
- B – inspelen op
- A – leiden tot
- B – hand in hand gaan met
- A – aanzetten tot
- A – in verband staan met
- B – ten koste van
- A – een beroep doen op
- A – afhangen van
- B – gebaseerd zijn op
- A – voortgekomen uit
- A – de nadruk leggen op
- A – zich bewust zijn van
- A – ter discussie staan
- B – in aanmerking komen voor
- C – bijdragen aan
- A – leiden tot
- B – rekening houden met
- A – gepaard gaan met
- B – in verband staan met
- A – blijk geven van
Oefening – Vul de juiste uitdrukking in
Kies uit de volgende uitdrukkingen.
1.
De overheid wil jongeren __________ een gezondere levensstijl.
2.
Veel bedrijven proberen __________ de toenemende vraag naar duurzame producten.
3.
De economische groei kan __________ meer werkgelegenheid.
4.
Een verhuizing __________ vaak veel stress en onzekerheid.
5.
De docent vroeg de studenten __________ elkaars mening tijdens de groepsopdracht.
6.
Het succes van dit project zal vooral __________ een goede samenwerking.
7.
Volgens de onderzoekers __________ obesitas vaak __________ een ongezonde leefstijl.
8.
De nieuwe campagne moet __________ een schonere leefomgeving.
9.
De minister __________ veiligheid tijdens de persconferentie.
10.
Het besluit is __________ de resultaten van jarenlang wetenschappelijk onderzoek.
11.
De schade aan de natuur mag niet __________ economische groei.
12.
Alleen studenten met een laag inkomen __________ een aanvullende beurs.
13.
De oorzaken van het probleem __________ een gebrek aan communicatie.
14.
Tijdens de overstromingen __________ de overheid __________ duizenden vrijwilligers.
15.
De betrouwbaarheid van het onderzoek __________ nadat verschillende fouten werden ontdekt.
16.
Goede communicatie en vertrouwen __________ elkaar.
17.
Iedere bestuurder moet __________ de veiligheid van andere weggebruikers.
18.
Veel mensen __________ nog onvoldoende __________ de gevolgen van klimaatverandering.
19.
De directeur __________ veel professionaliteit tijdens de moeilijke onderhandelingen.
20.
De gemeente __________ dat alle inwoners gelijke kansen moeten krijgen.
