Internationale Betrekkingen

Hieronder vind je 40 belangrijke woorden en uitdrukkingen die vaak voorkomen in nieuwsartikelen, debatten, internationale politiek en examens op B2-niveau.

Woord / uitdrukkingBetekenisVoorbeeld
de diplomatiehet onderhouden van relaties tussen landenDiplomatie is belangrijk om conflicten te voorkomen.
de diplomaatiemand die een land vertegenwoordigtDe diplomaat onderhandelde met de buurlanden.
de buitenlandse politiekhet beleid van een land tegenover andere landenDe nieuwe regering verandert de buitenlandse politiek.
de internationale betrekkingende relaties tussen landenGoede internationale betrekkingen bevorderen de handel.
de alliantieeen samenwerking tussen landenDe landen sloten een militaire alliantie.
het bondgenootschapeen langdurige samenwerking tussen statenHet bondgenootschap werd uitgebreid.
de samenwerkinggezamenlijk werken aan een doelInternationale samenwerking is noodzakelijk.
de onderhandelingoverleg om tot een overeenkomst te komenDe onderhandelingen duurden weken.
onderhandelen overproberen een akkoord te bereikenBeide partijen onderhandelen over een vredesverdrag.
het vredesverdragovereenkomst die een oorlog beëindigtNa jaren oorlog werd een vredesverdrag gesloten.
het staakt-het-vurentijdelijke stop van gevechtenEr werd een staakt-het-vuren afgesproken.
het conflicteen ernstig meningsverschil of oorlogHet conflict duurt al tientallen jaren.
het grensgeschilconflict over de landsgrensBeide landen hebben een grensgeschil.
de spanningeen moeilijke politieke situatieDe spanningen tussen de landen lopen op.
de escalatiehet erger worden van een conflictNiemand wil een verdere escalatie.
de de-escalatiehet verminderen van spanningenDiplomatie moet leiden tot de-escalatie.
de sanctieseconomische of politieke strafmaatregelenDe EU voerde sancties in.
sancties opleggenstrafmaatregelen nemenDe internationale gemeenschap legde sancties op.
de handelsrelatieeconomische samenwerking tussen landenDe handelsrelatie is sterk verslechterd.
het handelsakkoordovereenkomst over handelEr werd een nieuw handelsakkoord ondertekend.
de invoerrechtenbelasting op geïmporteerde productenDe invoerrechten werden verhoogd.
de exportuitvoer van goederenDe export is sterk toegenomen.
de importinvoer van goederenDe import van olie daalde.
de economische sanctieseconomische strafmaatregelenEconomische sancties treffen vaak bedrijven.
de ambassadeofficiële vertegenwoordiging van een landDe ambassade gaf een verklaring af.
de ambassadeurhoogste diplomatieke vertegenwoordigerDe ambassadeur bezocht de minister.
de soevereiniteithet recht van een land om zichzelf te besturenDe soevereiniteit moet worden gerespecteerd.
de onafhankelijkheidzelfstandigheid van een landHet land riep zijn onafhankelijkheid uit.
de territoriale integriteithet behoud van de landsgrenzenDe territoriale integriteit staat onder druk.
de mensenrechtenfundamentele rechten van mensenMensenrechten moeten wereldwijd worden beschermd.
humanitaire hulphulp aan mensen in noodVerschillende landen stuurden humanitaire hulp.
de vluchtelingenstroomgrote groep vluchtelingenDe vluchtelingenstroom nam toe.
de internationale gemeenschapalle landen samenDe internationale gemeenschap veroordeelde het geweld.
het lidmaatschaphet behoren tot een organisatieHet land vroeg het lidmaatschap aan.
toetreden totofficieel lid wordenZweden trad toe tot de NAVO.
uittreden uitofficieel vertrekken uit een organisatieSommige landen overwegen uit een verdrag te treden.
de resolutieofficieel besluit van een internationale organisatieDe VN nam een resolutie aan.
het vetorecht om een besluit tegen te houdenEén land gebruikte zijn veto.
de bemiddelinghulp bij het oplossen van een conflictDankzij de bemiddeling werd een akkoord bereikt.
de wederopbouwhet opnieuw opbouwen na een oorlog of rampDe wederopbouw zal jaren duren.

Handige uitdrukkingen

Deze vaste combinaties komen vaak voor in nieuws en examens:

  • een akkoord bereiken
  • onder druk staan
  • de betrekkingen normaliseren
  • een conflict oplossen
  • spanningen verminderen
  • de dialoog aangaan
  • een overeenkomst sluiten
  • een resolutie aannemen
  • de situatie veroordelen
  • een beroep doen op de internationale gemeenschap

Oefening I – Internationale betrekkingen

Kies de juiste uitdrukking of het juiste woord.

1.

De ministers kwamen bijeen om ______ een nieuw handelsakkoord.

A. rekening te houden met
B. te onderhandelen over
C. zich uit te spreken tegen
D. druk uit te oefenen op


2.

Door de militaire activiteiten ______ in de regio steeds verder ______.

A. werden de sancties – aangescherpt
B. liepen de spanningen – op
C. werd een resolutie – aangenomen
D. werden de mensenrechten – beschermd


3.

De Europese Unie besloot economische ______ op te leggen.

A. compromissen
B. handelsrelaties
C. sancties
D. verdragen


4.

Beide landen wilden uiteindelijk ______ om een langdurig conflict te voorkomen.

A. een compromis sluiten
B. een grens oversteken
C. een veto uitspreken
D. de onafhankelijkheid erkennen


5.

De internationale gemeenschap ______ een onmiddellijk staakt-het-vuren.

A. riep op tot
B. hield rekening met
C. oefende uit
D. sloot aan bij


6.

Na weken overleg kwamen de partijen eindelijk ______.

A. onder druk
B. tot een akkoord
C. in de problemen
D. aan de macht


7.

De regering besloot ______ de buurlanden om de economische samenwerking te versterken.

A. de spanningen op te laten lopen
B. de banden aan te halen met
C. een veto uit te spreken tegen
D. humanitaire hulp te bieden aan


8.

Verschillende landen ______ de aanval en riepen op tot vrede.

A. veroordeelden
B. erkenden
C. intensiveerden
D. onderhandelden


9.

Internationale organisaties probeerden ______ om verdere escalatie te voorkomen.

A. de sancties aan te scherpen
B. een diplomatieke oplossing te zoeken
C. de export te verhogen
D. een grensgeschil te beginnen


10.

Duizenden mensen moesten hun land verlaten en werden als ______ opgevangen.

A. diplomaten
B. ambassadeurs
C. vluchtelingen
D. bondgenoten


11.

De VN nam een ______ aan waarin werd opgeroepen tot vrede.

A. alliantie
B. resolutie
C. escalatie
D. import


12.

Een permanent lid van de Veiligheidsraad besloot ______.

A. een veto uit te spreken
B. een handelsrelatie te sluiten
C. een grens te bewaken
D. de export te vergroten


13.

Na maanden van overleg begonnen beide landen opnieuw ______.

A. de dialoog aan te gaan
B. de grens over te steken
C. de sancties te negeren
D. een alliantie te verbreken


14.

De regering verklaarde dat de ______ van het land gerespecteerd moet worden.

A. vluchtelingenstroom
B. soevereiniteit
C. import
D. export


15.

Verschillende organisaties boden onmiddellijk ______ aan de slachtoffers van de aardbeving.

A. economische sancties
B. humanitaire hulp
C. invoerrechten
D. handelsrelaties

Oefening II

Vul de juiste woorden of uitdrukkingen in. Gebruik elk woord één keer.

Woordenlijst

de diplomatie – het vredesverdrag – het bondgenootschap – de diplomaat – internationale betrekkingen – onderhandelen over – het staakt-het-vuren – het grensgeschil – sancties opleggen – het handelsakkoord – de export – de import – de ambassade – de ambassadeur – de mensenrechten – de onafhankelijkheid – humanitaire hulp – de vluchtelingenstroom – het lidmaatschap – toetreden tot – uittreden uit – de bemiddeling – de wederopbouw


1.

Goede ____________________ zijn belangrijk voor vrede en economische samenwerking tussen landen.


2.

Na maanden van overleg besloten beide partijen ____________________ een nieuw handelsverdrag.


3.

Na jaren van oorlog ondertekenden de twee landen eindelijk ____________________.


4.

Om verdere gevechten te voorkomen, kwamen beide partijen een tijdelijk ____________________ overeen.


5.

Door ____________________ van een neutraal land kwamen de partijen weer met elkaar in gesprek.


6.

De regering besloot economische ____________________ aan het buurland ____________________.


7.

Veel bedrijven profiteerden van ____________________, omdat zij meer producten aan het buitenland verkochten.


8.

Door de stijgende energieprijzen werd ____________________ van gas en olie veel duurder.


9.

De minister bezocht ____________________ om met Nederlandse medewerkers te spreken.


10.

De nieuwe ____________________ vertegenwoordigt Nederland in Japan.


11.

Tijdens de conferentie speelde ____________________ een belangrijke rol bij het oplossen van het conflict.


12.

Na de oorlog begon een lange periode van ____________________ van steden, wegen en bruggen.


13.

Door het conflict ontstond een grote ____________________, waardoor honderdduizenden mensen hun land verlieten.


14.

Veel landen stuurden onmiddellijk voedsel, medicijnen en tenten als ____________________.


15.

De Verenigde Naties riepen beide partijen op om ____________________ te respecteren.


16.

Na tientallen jaren riep de regio officieel ____________________ uit.


17.

Beide landen zijn al tientallen jaren verwikkeld in ____________________ over de exacte landsgrens.


18.

Het parlement stemde vóór ____________________ van de Europese organisatie.


19.

Volgend jaar wil het land officieel ____________________ de internationale organisatie.


20.

Na een referendum besloot het land ____________________ de economische unie.


21.

Dankzij het nieuwe ____________________ verdwijnen veel invoerrechten tussen beide landen.


22.

Sinds de oprichting van het militaire ____________________ werken de lidstaten nauw samen op het gebied van veiligheid.


23.

De ervaren ____________________ wist beide partijen dichter bij elkaar te brengen.

PDF met oefeningen en antwoorden