Diverse woorden en uitdrukkingen I

Zie hieronder enkele oefeningen op B2+-niveau. Zoek indien nodig de betekenis van de nieuwe woorden op en maak vervolgens de oefeningen.

Oefening – Vul het juiste woord of de juiste uitdrukking in

krankzinnig – een bank beroven – opzettelijk – aanschaffen – verstelbaar – de zondebok – voorzien van – de bebouwde kom – bevoegd – uitgescholden – de winkelketen – argumenten onderbouwen – uitgaan van – lauwwarm water – de huiduitslag – toekennen – bemoeilijken – het beslaat – zogenaamde – grotendeels – aaneengesloten vakantie – bevlieging – blootgesteld aan – buitengesloten – onnozel – vergezellen

  1. De politie arresteerde twee mannen die ervan werden verdacht __________________________.
  2. Het zou __________________________ zijn om iemand schade toe te brengen.
  3. Veel mensen willen een ergonomische bureaustoel __________________________ om rugklachten te voorkomen.
  4. Dankzij de __________________________ rugleuning kun je de stoel gemakkelijk aanpassen aan je lichaam.
  5. Na het incident werd één medewerker ten onrechte __________________________ gemaakt.
  6. Alle hotelkamers zijn __________________________ gratis wifi en airconditioning.
  7. Binnen __________________________ geldt een maximumsnelheid van 50 km/u, tenzij anders aangegeven.
  8. Alleen een __________________________ inspecteur mag het gebouw officieel goedkeuren.
  9. De jongen werd door een groep leeftijdsgenoten __________________________ omdat hij een fout had gemaakt.
  10. Deze __________________________ heeft meer dan driehonderd filialen verspreid over Nederland en België.
  11. In een wetenschappelijk artikel moet je je __________________________ met betrouwbare bronnen.
  12. We mogen er niet zomaar __________________________ dat iedereen dezelfde mening heeft.
  13. Bij een lichte verbranding is het verstandig de huid direct onder __________________________ te houden.
  14. De arts vermoedde dat __________________________ werd veroorzaakt door een allergische reactie.
  15. De jury besloot de hoofdprijs __________________________ aan een jonge onderzoeker.
  16. Slecht weer kan de werkzaamheden aanzienlijk __________________________.
  17. Door de hoge luchtvochtigheid __________________________ de spiegel telkens na het douchen.
  18. De __________________________ deskundige bleek helemaal geen erkend expert te zijn.
  19. Het succes van het bedrijf is __________________________ te danken aan goed management.
  20. Na jaren hard werken nam ze eindelijk drie weken __________________________.
  21. Het idee om midden in de nacht te gaan zwemmen was slechts een tijdelijke __________________________.
  22. Mensen die langdurig __________________________ lawaai kunnen gehoorschade oplopen.
  23. Het nieuwe meisje voelde zich in het begin __________________________ door haar klasgenoten.
  24. Het was __________________________ om zonder helm op een drukke weg te fietsen.
  25. De nieuwe snelweg __________________________ een traject van bijna zestig kilometer.
  26. Wil je me morgen naar het station __________________________?

Oefening – Multiple choice

Kies het juiste woord of de juiste uitdrukking.

1.

Het Amazonegebied is het grootste __________________________ ter wereld.

A. gletsjer
B. tropisch regenwoud
C. landschap
D. zoogdier

2.

Na de regen sprongen de kinderen enthousiast in een grote __________________________.

A. gletsjer
B. plas
C. oogst
D. bijdrage

3.

Door de opwarming van de aarde smelt de __________________________ elk jaar sneller.

A. landbouw
B. gletsjer
C. vreugde
D. deelname

4.

Milieuorganisaties protesteren tegen het __________________________ in het Amazonegebied.

A. herbebossen
B. bossen kappen
C. oogsten
D. aandikken

5.

Na een grote bosbrand is __________________________ belangrijk om de natuur te herstellen.

A. herbebossing
B. deelname
C. landbouw
D. oogsten

6.

De stijgende concentratie CO₂ versterkt __________________________.

A. het broeikaseffect
B. de keerzijde
C. de plas
D. de vreugde

7.

Sociale media hebben veel voordelen, maar __________________________ is dat mensen minder direct contact hebben.

A. de bijdrage aan
B. de keerzijde ervan
C. de deelname aan
D. de oogst

8.

Sommige kranten hebben de neiging om nieuws te __________________________ om meer lezers te trekken.

A. verankeren
B. oogsten
C. aandikken
D. veroorloven

9.

Het is __________________________ om iemand niet te begroeten wanneer hij de kamer binnenkomt.

A. lachwekkend
B. onbeschoft
C. vlekkeloos
D. verzwakt

10.

Ondanks de moeilijke omstandigheden verliep de operatie __________________________.

A. danig verzwakt
B. vlekkeloos
C. lachwekkend
D. onbeschoft

11.

De __________________________ de marathon is dit jaar groter dan ooit.

A. bijdrage aan
B. deelname aan
C. oogst van
D. keerzijde van

12.

Een walvis is een __________________________ en geen vis.

A. zoogdier
B. gletsjer
C. landschap
D. regenwoud

13.

In plaats van harder te werken, besloot hij __________________________.

A. het omgekeerde te doen
B. de oogst te vergroten
C. een bijdrage te leveren
D. te herbebossen

14.

Veel studenten kunnen zich geen dure huurwoning __________________________.

A. oogsten
B. veroorloven
C. aandikken
D. verankeren

15.

__________________________ is in veel landen afhankelijk van het weer.

A. De gletsjer
B. De landbouw
C. De plas
D. De deelname

16.

Boeren hopen dit jaar een goede tarweoogst te __________________________.

A. verankeren
B. oogsten
C. veroorzaken
D. aandikken

17.

Na een zware longontsteking was hij nog wekenlang __________________________.

A. vlekkeloos
B. danig verzwakt
C. onbeschoft
D. ondubbelzinnig

18.

Zijn excuus was zo slecht dat het bijna __________________________ was.

A. onbeschoft
B. lachwekkend
C. verzwakt
D. vlekkeloos

19.

Fietsen is in Nederland sterk __________________________.

A. in de cultuur verankerd
B. voor lief genomen
C. danig verzwakt
D. onbeschoft

20.

De minister verklaarde __________________________ dat de belastingen niet zullen stijgen.

A. lachwekkend
B. vlekkeloos
C. ondubbelzinnig
D. verzwakt

21.

Nieuwe snelwegen kunnen het natuurlijke __________________________.

A. landschap aantasten
B. broeikaseffect oogsten
C. regenwoud verankeren
D. omgekeerde doen

22.

Veel mensen __________________________ lange reistijden omdat ze graag in een rustige omgeving wonen.

A. leveren een bijdrage aan
B. nemen … voor lief
C. praten honderduit
D. oogsten

23.

Iedereen kan __________________________ een schoner milieu door minder plastic te gebruiken.

A. het omgekeerde doen
B. een bijdrage leveren aan
C. zich veroorloven
D. aandikken

24.

Zodra ze over haar reizen begon, __________________________.

A. oogstte ze
B. nam ze het voor lief
C. praatte ze honderduit
D. was ze danig verzwakt

25.

Toen hij hoorde dat hij geslaagd was, voelde hij enorme __________________________.

A. oogst
B. vreugde
C. plas
D. deelname

Oefening – Kies het juiste woord of de juiste uitdrukking bij de definitie

Schrijf het juiste woord of de juiste uitdrukking op. Gebruik elk woord slechts één keer.


buiten gevaar verkeren – ontcijferen – verbeelding – het is aannemelijk dat – oorzaak vaststellen – spuiten – ik ben het spuugzat – behoud van – een royaal aanbod – wat dat aangaat – weelderige – opschuiven – winning van diamanten – de hoogspanningsleiding – hinderlijk – ontsieren – benodigd – haaruitval – gewelddadig – inheemse bevolking – wurgen – kibbelen – kortzichtig – concurrentie verslaan – schrijnend – doorsneepersoon – ogenschijnlijk

  1. Iets lezen of begrijpen dat moeilijk te lezen of te interpreteren is.
    → ______________________________________
  2. Niet langer in levensgevaar zijn.
    → ______________________________________
  3. Het vermogen om nieuwe beelden, ideeën of verhalen te bedenken.
    → ______________________________________
  4. Waarschijnlijk of geloofwaardig zijn.
    → ______________________________________
  5. Uitzoeken waardoor iets is gebeurd.
    → ______________________________________
  6. Vloeistof met kracht uit een fles, slang of spuit verspreiden.
    → ______________________________________
  7. Uitdrukking die betekent dat je ergens helemaal genoeg van hebt.
    → ______________________________________
  8. Het beschermen zodat iets blijft bestaan.
    → ______________________________________
  9. Een groot en gevarieerd assortiment.
    → ______________________________________
  10. Wat dat onderwerp betreft.
    → ______________________________________
  11. Rijk begroeid, dicht en groen.
    → ______________________________________
  12. Dichter bij elkaar gaan zitten of staan om plaats te maken.
    → ______________________________________
  13. Het uit de grond halen van edelstenen om ze te verkopen.
    → ______________________________________
  14. Kabel die elektriciteit onder zeer hoge spanning vervoert.
    → ______________________________________
  15. Iets of iemand die storend of lastig is.
    → ______________________________________
  16. De schoonheid van iets verminderen.
    → ______________________________________
  17. Nodig om iets te kunnen doen.
    → ______________________________________
  18. Het verliezen van haren.
    → ______________________________________
  19. Met veel geweld of agressie.
    → ______________________________________
  20. De oorspronkelijke bewoners van een gebied.
    → ______________________________________
  21. Iemand doden of proberen te doden door de keel dicht te knijpen.
    → ______________________________________
  22. Over onbelangrijke zaken ruzie maken.
    → ______________________________________
  23. Alleen aan de korte termijn denken en de gevolgen op lange termijn negeren.
    → ______________________________________
  24. Succesvoller zijn dan andere bedrijven of personen in dezelfde sector.
    → ______________________________________
  25. Heel ernstig en pijnlijk, vooral op sociaal of menselijk vlak.
    → ______________________________________
  26. Een gemiddelde persoon zonder bijzondere kenmerken.
    → ______________________________________
  27. Zo lijken, terwijl de werkelijkheid anders kan zijn.
    → ______________________________________

PDF met oefeningen en antwoorden