Bij de kapper – 25 woorden en uitdrukkingen
- naar de kapper gaan – een bezoek brengen aan de kapper
- een afspraak maken – een tijd afspreken om naar de kapper te gaan
- even wachten – wachten tot je aan de beurt bent
- je haar laten knippen – je haar door de kapper laten knippen
- de puntjes laten knippen – alleen de uiteinden van het haar laten bijknippen
- je haar laten wassen – je haar door de kapper laten wassen
- je haar föhnen – je haar drogen met een föhn
- je haar kammen – je haar netjes maken met een kam
- je haar borstelen – je haar netjes maken met een borstel
- je haar verven – je haar een andere kleur geven
- je haar drogen – het haar droog maken
- kort haar – haar dat niet lang is
- lang haar – haar dat tot op de schouders of lager komt
- krullend haar – haar met krullen
- steil haar – haar zonder krullen
- dik haar – veel en vol haar
- dun haar – weinig of fijn haar
- een pony – haar dat over het voorhoofd valt
- een scheiding – de lijn waar het haar in twee delen wordt verdeeld
- de shampoo – product om het haar te wassen
- de conditioner – product dat het haar zacht maakt
- de föhn – apparaat om het haar te drogen
- de schaar – gereedschap om haar te knippen
- de kam – hulpmiddel om het haar te kammen
- tevreden zijn met het resultaat – blij zijn met hoe het kapsel eruitziet
Oefening I – Vul het juiste woord of de juiste uitdrukking in (B1)
Thema: Bij de kapper
Gebruik elk woord of elke uitdrukking één keer.
Woorden:
naar de kapper gaan – een afspraak maken – even wachten – je haar laten knippen – de puntjes laten knippen – je haar laten wassen – je haar föhnen – je haar kammen – je haar borstelen – je haar verven – je haar drogen – kort haar – lang haar – krullend haar – steil haar – dik haar – dun haar – een pony – een scheiding – de shampoo – de conditioner – de föhn – de schaar – de kam – tevreden zijn met het resultaat
- Na het knippen vraagt de kapper altijd of je __________________________.
- Mijn haar is erg vol en zwaar. Ik heb van nature __________________________.
- Voordat de kapper begint met knippen, wil ik eerst __________________________.
- Ik wil niets aan de lengte veranderen. Ik wil alleen __________________________.
- Mijn broer hoeft nooit lang bij de kapper te zitten, want hij heeft __________________________.
- Na het wassen gebruikt de kapper __________________________ zodat mijn haar zachter en gladder wordt.
- Mijn dochter heeft prachtig __________________________. Ze hoeft het bijna nooit te krullen.
- Om de haren netjes op hun plaats te leggen, gebruikt de kapper eerst __________________________.
- Na het wassen gaat de kapper mijn haar __________________________.
- Mijn moeder heeft __________________________ tot ver onder haar schouders.
- Voordat ik naar de kapper ga, moet ik eerst __________________________.
- Als je haar erg nat is, kun je het beter eerst __________________________.
- Ik wil mijn haar graag donkerder __________________________.
- De kapper knipt mijn haar met __________________________.
- Mijn opa heeft __________________________. Daardoor lijkt zijn kapsel minder vol.
- Mijn zus draagt haar haar altijd met __________________________ in het midden.
- De kapper gebruikt eerst __________________________ om mijn haar schoon te maken.
- Na het douchen moet ik altijd __________________________, anders krijg ik veel klitten.
- De kapper zei dat hij nog bezig was en dat ik __________________________.
- Daarna gebruikt hij __________________________ om mijn haar snel droog te maken.
- Mijn nicht heeft __________________________ boven haar wenkbrauwen.
- Ik wil morgen __________________________, want mijn haar is veel te lang geworden.
- Na het wassen zal de kapper mijn haar netjes __________________________.
- Mijn vriendin heeft van nature __________________________ en gebruikt daarom vaak een stijltang.
- De kapper gebruikt __________________________ om mijn haar netjes te verdelen voordat hij begint met knippen.
Oefening II – Multiple choice (B1)
Thema: Bij de kapper
Kies het juiste antwoord.
1.
Mijn haar is veel te lang geworden. Ik wil het morgen laten …
A. verven
B. knippen
C. drogen
2.
Voordat de kapper begint, moet je meestal eerst een …
A. pony
B. afspraak maken
C. scheiding
3.
Na het wassen gebruikt de kapper vaak een …
A. conditioner
B. schaar
C. kam
4.
Als mijn haar nat is, gebruikt de kapper een …
A. föhn
B. shampoo
C. schaar
5.
Ik wil mijn haar niet korter maken. Ik wil alleen …
A. een pony
B. de puntjes laten knippen
C. mijn haar verven
6.
Mijn zus heeft heel veel haar. Ze heeft …
A. dun haar
B. steil haar
C. dik haar
7.
Mijn broer heeft haar tot op zijn schouders. Hij heeft …
A. lang haar
B. kort haar
C. krullend haar
8.
Mijn nicht heeft van nature veel krullen. Ze heeft …
A. steil haar
B. krullend haar
C. dun haar
9.
Om het haar netjes te verdelen, gebruikt de kapper een …
A. föhn
B. kam
C. conditioner
10.
Mijn moeder wil haar haar blond laten …
A. borstelen
B. verven
C. kammen
11.
Na het knippen vraagt de kapper meestal of je …
A. tevreden bent met het resultaat
B. een afspraak wilt maken
C. lang haar hebt
12.
Mijn haar zit helemaal in de war. Ik moet het eerst …
A. verven
B. borstelen
C. föhnen
13.
Als de kapper nog bezig is met een andere klant, moet je …
A. een afspraak maken
B. even wachten
C. je haar drogen
14.
Om je haar schoon te maken, gebruik je …
A. shampoo
B. haarspray
C. gel
15.
De kapper knipt het haar met een …
A. föhn
B. schaar
C. conditioner
