Oefening – Vul het juiste verbindingswoord in
Gebruik:
zodoende – immers – overigens
Let op het verschil:
- zodoende = daardoor, op die manier (gevolg)
- immers = want, namelijk (uitleg of reden)
- overigens = trouwens, daarnaast (extra informatie)
1.
Ik wilde meer tijd besteden aan mijn hobby’s. __________________________ heb ik mijn agenda beter georganiseerd.
2.
Veel mensen kiezen voor wandelen als ontspanning. Het is __________________________ een eenvoudige manier om gezond te blijven.
3.
Ik ga dit weekend niet naar de bioscoop. Ik heb __________________________ nog een belangrijke afspraak.
4.
Ze volgde een kookcursus. __________________________ leerde ze nieuwe gerechten bereiden.
5.
Mijn broer sport elke dag. Hij vindt beweging belangrijk. Hij heeft __________________________ veel energie.
6.
We hebben de vakantie goed voorbereid. __________________________ konden we zonder problemen vertrekken.
7.
De tentoonstelling is zeker een bezoek waard. __________________________ zijn er ook interessante activiteiten voor kinderen.
8.
Ik neem altijd een fles water mee tijdens een lange wandeling. Je moet __________________________ voldoende drinken als je veel beweegt.
9.
Hij wilde zijn Nederlands verbeteren. __________________________ keek hij elke avond naar Nederlandse films.
10.
We hebben een kleinere auto gekocht. __________________________ besparen we geld op brandstof.
11.
Zij houdt niet van drukke festivals. Ze vindt rust belangrijk. Ze gaat __________________________ liever naar de natuur.
12.
Ik heb mijn oude fiets laten repareren. __________________________ kan ik hem weer dagelijks gebruiken.
13.
De cursus is erg populair. Er zijn __________________________ veel mensen die een nieuwe vaardigheid willen leren.
14.
Ik ga graag naar musea. __________________________ vind ik historische gebouwen ook interessant.
15.
Hij leest veel boeken. Hij wil __________________________ zijn woordenschat uitbreiden.
