Gebruik van ‘zou’ en ‘zouden’

Oefening I – Vul zou of zouden of de juiste combinatie in

Vul de juiste vorm van zou in.

  1. Als ik meer tijd had, ______ ik een tweede studie volgen.
  2. Ik ______ niet durven zeggen dat hij ongelijk heeft.
  3. Volgens de media ______ het bedrijf binnenkort worden overgenomen.
  4. Het ______ me niets verbazen als de vergadering wordt uitgesteld.
  5. Waarom ______ iemand zo’n risico nemen?
  6. Dat ______ een interessante oplossing kunnen zijn.
  7. Zonder jouw hulp ______ we dit project nooit hebben afgerond.
  8. Ik ______ geneigd zijn om eerst alle feiten te onderzoeken.
  9. Als de prijzen verder stijgen, ______ veel mensen minder gaan reizen.
  10. Dat ______ best kunnen kloppen.

Oefening II – Kies de beste optie

Kies a, b of c.

  1. Als ik jou ____ , zou ik nog even wachten.

a) zou zijn

b) was

c) ben

  1. Volgens deskundigen ____ de economie volgend jaar herstellen.

a) zal

b) zou

c) werd

  1. Ik ____ eerst een afweging maken voordat ik een beslissing neem.

a) zou

b) zal

c) was

  1. Dat ____ verstrekkende gevolgen kunnen hebben.

a) zal

b) zou

c) werd

  1. Hij zei dat hij later terug ____ komen.

a) zou

b) zal

c) is

  1. Dat ____ ik niet uitsluiten.

a) zal

b) zou

c) ben

  1. Zonder goede voorbereiding ____ het evenement zijn mislukt.

a) zou

b) zal

c) werd

  1. Waarom ____ je daar bezwaar tegen hebben?

a) zal

b) zou

c) bent

Oefening III – Herschrijf de zinnen met zou

Maak de zinnen beleefder, voorzichtiger of hypothetisch.

Voorbeeld

Dat klopt niet.

Dat zou niet helemaal kunnen kloppen.

  1. Help me even.
  2. Je moet eerst met je collega overleggen.
  3. Ik denk dat dit de beste oplossing is.
  4. Hij komt morgen.
  5. Dat is onmogelijk.
  6. Je kunt beter nog even wachten.
  7. Niemand wil dat doen.
  8. Dat verrast me niet.

Oefening IV – Maak de zin af

Maak elke zin logisch af met zou.

  1. Als ik de directeur was, ____________________________________________.
  2. Het zou me verbazen als ____________________________________________.
  3. Ik zou niet durven zeggen dat ______________________________________.
  4. Volgens verschillende bronnen zou _________________________________.
  5. Dat zou wel eens _________________________________________________.
  6. Zonder technologie ________________________________________________.
  7. Ik zou eerder _____________________________________________________ dan ____________________________________________________________.
  8. Waarom zou _______________________________________________________?
  9. Dat zou een stap in de goede richting zijn als _______________________.
  10. Ik zou geneigd zijn _______________________________________________.

PDF met de oefeningen en antwoorden