Woorden met ‘nemen’

Oefening I

Zoek de betekenis op als je de woorden niet kent. Kies uit:

aannemen – opnemen – overnemen – meenemen – ondernemen – doornemen – innemen – afnemen – toenemen – deelnemen aan – waarnemen – terugnemen – plaatsnemen – vernemen van

Let op: vervoeg het werkwoord indien nodig.

  1. De voorzitter vroeg iedereen om ________________________, zodat de vergadering kon beginnen.
  2. We moeten dringend maatregelen ________________________ om de uitstoot te verminderen.
  3. Heb je de notulen al zorgvuldig ________________________ voordat je ze naar het team stuurde?
  4. Door de economische onzekerheid blijft de vraag naar luxeproducten ________________________.
  5. De manager besloot een nieuwe medewerker ________________________ vanwege de groei van het bedrijf.
  6. Ik heb gisteren pas ________________________ dat het project is uitgesteld.
  7. Tijdens het onderzoek konden de wetenschappers nauwelijks veranderingen ________________________.
  8. Vergeet je laptop niet ________________________ naar de presentatie.
  9. Steeds meer bedrijven ________________________ duurzame technologieën van kleinere start-ups.
  10. Het aantal toeristen is de afgelopen jaren aanzienlijk ________________________.
  11. Helaas kon ik niet ________________________ de conferentie vanwege een andere afspraak.
  12. De arts adviseerde de patiënt de medicijnen precies volgens voorschrift ________________________.

Oefening II

In elke zin staat één verkeerd werkwoord. Vervang het door het juiste werkwoord uit de lijst.

  1. De organisatie heeft besloten twintig nieuwe medewerkers mee te nemen.

→ __________________________________________

  1. Tijdens de vergadering nam iedereen de notulen in.

→ __________________________________________

  1. Het aantal bezoekers is vorig jaar sterk afgenomen, terwijl het bedrijf juist groeide.

→ __________________________________________

  1. De politie kon niets verdachts doornemen.

→ __________________________________________

  1. We moeten snel maatregelen deelnemen aan.

→ __________________________________________

  1. Ik heb gisteren pas opgenomen dat hij ontslag heeft genomen.

→ __________________________________________

  1. De directeur vroeg iedereen om mee te nemen in de vergaderzaal.

→ __________________________________________

  1. Na kritiek besloot de minister zijn uitspraken niet over te nemen.

→ __________________________________________

PDF met oefeningen en antwoorden