Oefening I
Zoek de betekenis op als je de woorden niet kent. Kies uit:
aannemen – opnemen – overnemen – meenemen – ondernemen – doornemen – innemen – afnemen – toenemen – deelnemen aan – waarnemen – terugnemen – plaatsnemen – vernemen van
Let op: vervoeg het werkwoord indien nodig.
- De voorzitter vroeg iedereen om ________________________, zodat de vergadering kon beginnen.
- We moeten dringend maatregelen ________________________ om de uitstoot te verminderen.
- Heb je de notulen al zorgvuldig ________________________ voordat je ze naar het team stuurde?
- Door de economische onzekerheid blijft de vraag naar luxeproducten ________________________.
- De manager besloot een nieuwe medewerker ________________________ vanwege de groei van het bedrijf.
- Ik heb gisteren pas ________________________ dat het project is uitgesteld.
- Tijdens het onderzoek konden de wetenschappers nauwelijks veranderingen ________________________.
- Vergeet je laptop niet ________________________ naar de presentatie.
- Steeds meer bedrijven ________________________ duurzame technologieën van kleinere start-ups.
- Het aantal toeristen is de afgelopen jaren aanzienlijk ________________________.
- Helaas kon ik niet ________________________ de conferentie vanwege een andere afspraak.
- De arts adviseerde de patiënt de medicijnen precies volgens voorschrift ________________________.
Oefening II
In elke zin staat één verkeerd werkwoord. Vervang het door het juiste werkwoord uit de lijst.
- De organisatie heeft besloten twintig nieuwe medewerkers mee te nemen.
→ __________________________________________
- Tijdens de vergadering nam iedereen de notulen in.
→ __________________________________________
- Het aantal bezoekers is vorig jaar sterk afgenomen, terwijl het bedrijf juist groeide.
→ __________________________________________
- De politie kon niets verdachts doornemen.
→ __________________________________________
- We moeten snel maatregelen deelnemen aan.
→ __________________________________________
- Ik heb gisteren pas opgenomen dat hij ontslag heeft genomen.
→ __________________________________________
- De directeur vroeg iedereen om mee te nemen in de vergaderzaal.
→ __________________________________________
- Na kritiek besloot de minister zijn uitspraken niet over te nemen.
→ __________________________________________
