Oefening I – Vervang het gewone woord door een gevorderd alternatief
Zoek de betekenis op van de woorden die je niet kent.
essentieel – complex – doeltreffend – aanzienlijk – benadrukken – ondersteunen – ontwikkelen – evolueren – knelpunten – streven naar – ontvangen – realiseren – toegankelijk – beperkte – ingrijpende
- Goede communicatie is __________ (belangrijk) voor een succesvolle samenwerking.
- De organisatie wil een nieuwe strategie __________ (maken) om meer klanten te bereiken.
- Dit probleem is veel moeilijker dan verwacht; het is een zeer __________ (moeilijk) vraagstuk.
- De overheid wil __________ (willen) een duurzamere toekomst.
- De nieuwe methode blijkt zeer __________ (goed) te werken.
- De maatschappij is de afgelopen jaren sterk __________ (veranderd).
- Het bedrijf heeft __________ (veel) vooruitgang geboekt.
- De directeur wil het belang van veiligheid __________ (zeggen).
- Deze cursus is voor iedereen __________ (makkelijk) te volgen.
- Er zijn nog enkele __________ (problemen) die opgelost moeten worden.
- De maatregel kan __________ (helpen) bij het verbeteren van de situatie.
- We hebben slechts __________ (weinig) tijd om het project af te ronden.
- De organisatie heeft haar doelen uiteindelijk __________ (maken/bereiken).
- De gevolgen van de beslissing kunnen zeer __________ (groot) zijn.
- Ik heb de documenten gisteren __________ (krijgen).
Oefening II – Kies het juiste woord
Kies A, B of C.
1. Een probleem dat moeilijk op te lossen is, noemen we:
A. toegankelijk
B. complex
C. waardevol
2. Als een methode goed werkt, zeggen we:
A. de methode is doeltreffend
B. de methode is beperkt
C. de methode is gebrekkig
3. Als een bedrijf probeert betere resultaten te bereiken, zegt men:
A. het bedrijf stopt ermee
B. het bedrijf streeft naar verbetering
C. het bedrijf neemt afstand
4. Een grote verandering met veel gevolgen noemen we:
A. een ingrijpende verandering
B. een minimale verandering
C. een eenvoudige verandering
5. Als je iets belangrijk vindt:
A. je waardeert of hecht waarde aan iets
B. je beëindigt iets
C. je onderschat iets
6. Een bedrijf dat nieuwe ideeën maakt, kan zeggen:
A. We ontwikkelen nieuwe oplossingen.
B. We nemen nieuwe oplossingen.
C. We stoppen nieuwe oplossingen.
7. Als een onderzoek iets bewijst:
A. Het onderzoek toont aan dat…
B. Het onderzoek stopt dat…
C. Het onderzoek neemt dat…
8. Als je hulp geeft aan iemand:
A. je ondersteunt iemand
B. je vermindert iemand
C. je beëindigt iemand
Oefening III – Maak de zin formeler
Herschrijf de zin met een gevorderd woord.
Voorbeeld:
Gewoon: Deze oplossing is heel goed.
C1: Deze oplossing is zeer doeltreffend.
- Deze cursus helpt studenten bij het leren van Nederlands.
→ Deze cursus __________ studenten bij het leren van Nederlands. - Er zijn veel mensen die vrijwilligerswerk doen.
→ Er is __________ mensen die vrijwilligerswerk doen. - Het probleem is moeilijk en ingewikkeld.
→ Het probleem is zeer __________. - De organisatie wil een betere toekomst.
→ De organisatie __________ een betere toekomst. - De maatschappij verandert snel.
→ De maatschappij __________ snel. - We hebben weinig mogelijkheden om dit te veranderen.
→ We hebben __________ mogelijkheden om dit te veranderen. - De manager zegt dat communicatie belangrijk is.
→ De manager __________ dat communicatie belangrijk is. - Het bedrijf heeft een nieuw plan gemaakt.
→ Het bedrijf heeft een nieuw plan __________.
