Verbindingswoorden

Oefening I – Verbindingswoorden 

immers – overigens – mits – integendeel – zodoende – bijgevolg – met betrekking tot – enerzijds – anderzijds – daarentegen – desondanks – ten opzichte van

  1. De regering wil de uitstoot van CO₂ verminderen. ____________________ worden bedrijven aangemoedigd om in duurzame energie te investeren.
  2. De nieuwe wet is strenger ____________________ de vorige wet.
  3. De werknemer krijgt een loonsverhoging, ____________________ hij zijn doelstellingen behaalt.
  4. De minister beantwoordde vragen ____________________ het nieuwe migratiebeleid.
  5. Duitsland investeert meer in hernieuwbare energie. Polen kiest ____________________ nog steeds voor steenkool.
  6. Het bedrijf maakte vorig jaar verlies. ____________________ bleef het personeel gemotiveerd.
  7. De cijfers zijn betrouwbaar, ____________________ ze zijn gecontroleerd door een onafhankelijke commissie.
  8. De universiteit wil ____________________ internationale studenten aantrekken, maar ____________________ de kwaliteit van het onderwijs behouden.
  9. Er werd veel geïnvesteerd in het openbaar vervoer. ____________________ maken meer mensen gebruik van de trein.
  10. Ik dacht dat hij tegen het voorstel zou stemmen. ____________________, hij was een van de grootste voorstanders.
  11. De voedselprijzen zijn sterk gestegen. ____________________ besteden gezinnen een groter deel van hun inkomen aan boodschappen.
  12. De vergadering duurde langer dan verwacht. ____________________, wil ik nog één punt aan de agenda toevoegen.

Oefening II

immers – overigens – mits – integendeel – zodoende – bijgevolg – met betrekking tot – enerzijds – anderzijds – daarentegen – desondanks – ten opzichte van

  1. Vegetariërs eten geen vlees. Veganisten gebruiken ____________________ ook geen zuivelproducten of eieren.
  2. De consumptie van fastfood is de afgelopen tien jaar sterk gestegen. ____________________ neemt ook het aantal mensen met overgewicht toe.
  3. Het restaurant biedt glutenvrije gerechten aan, ____________________ je dit vooraf vermeldt.
  4. De diëtist gaf advies ____________________ gezonde tussendoortjes.
  5. ____________________ is een mediterraan dieet rijk aan groenten en vis, ____________________ bevat het ook voldoende gezonde vetten.
  6. De prijzen van groenten zijn dit jaar gedaald ____________________ vorig jaar.
  7. Veel mensen kiezen voor biologische producten. Dat is logisch, ____________________ zij vinden duurzaamheid belangrijk.
  8. De chef gebruikte uitsluitend verse ingrediënten. ____________________ kreeg het gerecht een veel rijkere smaak.
  9. Hij eet bijna nooit fruit. ____________________, hij kiest meestal voor koekjes of chips als tussendoortje.
  10. Het dessert bevatte veel suiker. ____________________ besloot ze toch een kleine portie te nemen.
  11. Er verschenen nieuwe voedingsrichtlijnen. ____________________ wil ik nog vermelden dat het ontbijt volgens veel experts een belangrijke maaltijd blijft.
  12. De prijs van cacao is sterk gestegen. ____________________ is chocolade de laatste maanden duurder geworden.

PDF met oefeningen en antwoorden